|
Sentences And Vocabulary | 1 | | . het is it is het it ( subject or direct object ) zijn be | | . ver far |
| 2 | ik vind het moeilijk om te verstaan  I have trouble understanding |
| . ik vind I find ik I vinden find ( expressing an opinion, personal view ) | | . het it ( subject or direct object ) | | . moeilijk difficult | | . om ... te in order to | | . verstaan understand |
| 3 | wat is er aan de hand  what's happening |
| | | . wat what ( in direct questions ) | . er is there is zijn be | | . aan at ( to ) | | . de the | | . hand hand |
| 4 | kunt u het opschrijven  could you write it down |
| . u kunt you can ( polite form ) u you ( polite form ) kunnen can ( be able to ) | | . het it ( direct object ) | | . opschrijven |
| 5 | hoe noem je dit  what is it called |
| | | . hoe how | . noem je do you call ( name or describe as ) noemen call ( name or describe ) je you ( as subject - familiar use ) | | . dit this |
Grammar | [ 1 ] | zijn be . present : ik ben, hij is, we zijn . past : ik was, we waren . perfect : ik ben geweest
|
| [ 2 ] | vinden find . present : ik vind, u vindt, we vinden . past : ik vond, we vonden . perfect : ik heb gevonden
|
| [ 3 ] | zijn be . present : ik ben, hij is, we zijn . past : ik was, we waren . perfect : ik ben geweest
|
| [ 4 ] | kunnen can . present : ik kan, u kunt, we kunnen . past : ik kon, we konden . perfect : -
|
| [ 5 ] | noemen call . present : ik noem, u noemt, we noemen . past : ik noemde, we noemden . perfect : ik heb genoemd
|
|
|
|
|